Aan:  De voorzitter van de Raad.                                                Ridderkerk, 29 oktober  2003.   

 

 

Van:  Raadslid H.J.A. Koppes.                                            Schriftelijke vragen conform art. 40 R.V.O.

 

 

Onderwerp:. Bedelverbod en A.P.V

 

 

 

 

 

In de raadsvergadering van 27 oktober j.l. verzocht ik om in de Algemene Plaatselijke Verordening een bepaling op te nemen, zodat effectief kan worden opgetreden tegen personen die in onze gemeente lopen te bedelen.

Dit bedelen gebeurt in winkelcentra, bij winkelend publiek en winkeliers en bij woningen.

 

U deelde toen mede, dat het u niet bekend was, dat er in Ridderkerk gebedeld werd en dat dit in Ridderkerk een probleem was.

 

Ik kan u mededelen, dat al enige weken bij de dienst ROB (mw A.Brandenburg) door de politie schriftelijk een verzoek en een voorstel is gedaan om een “bedelverbod” in de A.P.V. op te nemen.

Dit probleem bestaat thans in Ridderkerk wel degelijk en de mensen, die belast zijn met handhaving kunnen daar nu niet tegen optreden.

 

Voorts deelde u mede, dat het u niet bekend was, dat dit probleem ook in andere gemeente(n) speelde en/of dat daar een bedelverbod van kracht was.

Mij is bekend, dat onlangs over deze materie een bepaling in de Rotterdamse A.P.V. werd opgenomen.

Volledigheidshalve doe ik u als bijlage een tekst toekomen uit het dagblad de Telegraaf. 

Deze tekst spreekt voor zich.

 

Naar mijn mening is binnen onze gemeente, de openbare orde betreffende, wel degelijk sprake van een probleem, waartegen de mensen die belast zijn met de handhaving, niet kunnen optreden.

 

De verwachting is, dat dit bedelen in de nabije toekomst niet zal afnemen, maar dat het eerder zal toenemen.

Mede gelet hierop zou ik u daarom nogmaals willen verzoeken om een artikel of artikelen in de A.P.V. op te nemen, waarmee zo effectief mogelijk kan worden opgetreden tegen vormen van bedelen.

  

Ik zou u willen verzoeken mij hierover schriftelijk te willen berichten.

 

 

Bijlage: een krantenartikel.

 

 

 

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

H.J.A. Koppes.